Mobiele robots: de basis
Hoe de machine draait
Differentiaal
Twee aangedreven wielen sturen via snelheidsverschil. Eenvoudig, goedkoop en betrouwbaar: vooruit, achteruit, op de plaats draaien en bochten maken, maar niet zijwaarts rijden. Onderrijdmodellen met een D in de code hebben differentiële aandrijving, zoals de JS-U1000-DLP.
Twee gestuurde aandrijfwielen / omnidirectioneel
Bestuurbare aandrijfwielen maken rijden vooruit, zijwaarts en diagonaal mogelijk, plus draaien op de plaats, zodat keren in smalle gangpaden niet nodig is, ten koste van complexiteit en prijs. Onderrijdmodellen met een S in de code zijn omnidirectioneel, zoals de JS-U2500-SLP, en de hele serie autonome heftrucks is omnidirectioneel.
Eén gestuurd aandrijfwiel
Eén gestuurd aandrijfwiel met zwenkwielen, de opstelling die bij veel conventionele heftrucks wordt gebruikt. Groot draagvermogen maar een grote draaistraal, dus de gangpaden moeten breed zijn.
Ackermann
Besturing zoals bij een auto, geschikt voor lange voertuigen die met snelheid rechtuit rijden. De parkeerrobot gebruikt servoaandrijving met Ackermann-besturing en twee differentieel aangedreven wielen.
De gangpadbreedte geeft de doorslag. Is het gangpad breed genoeg, dan is differentiële aandrijving of één gestuurd aandrijfwiel de voordeligste oplossing; is het te smal om te keren, dan hebt u een omnidirectioneel model nodig.